Colofon
Deze tekst uit 2001 is op sommige punten mogelijk inhoudelijk verouderd. Op termijn wordt deze tekst herzien en aangepast aan de huidige wetenschappelijke inzichten.
De meest recente informatie vindt u op erfelijkheid.nl. En bij OSCAR, de multi-etnische organisatie voor mensen met sikkelcelziekte en thalassemie.
Productie: VSOP, Vereniging
Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties betrokken bij erfelijke
en/of aangeboren
aandoeningen
©VSOP, 2e druk,
maart 2001
VSOP
Vredehofstraat 31, 3761 HA
Soestdijk
Telefoon 035-6028155, fax
035-6027440
email: vsop@vsop.nl, homepage: www.vsop.nl
De VSOP is een
samenwerkingsverband waarbij thans 60 ouder- en patiëntenorganisaties zijn
aangesloten die alle betrokken zijn bij erfelijke en/of aangeboren
aandoeningen.
Deze brochure kwam mede tot
stand dankzij:
Mevrouw S.C. Beacher Patiëntenorganisatie OSCAR
Nederland
Prof.dr. L.F. Bernini Anthropogenetica
Leiden
Drs. D.P.M. Brandjes Slotervaartziekenhuis
Amsterdam
Dr. H. ten Cate Slotervaartziekenhuis
Amsterdam
Dr. P.C. Giordano Hemoglobinopathieën
onderzoekslaboratorium Leiden
Dr. H.L. Haak Leijenburgziekenhuis
Den Haag
Drs. J.C. Oosterwijk Klinisch Genetisch
Centrum Leiden
Mevrouw Dr. M. Peters EKZ/Kinder AMC Amsterdam
Prof.dr. L.W. Statius van
Eps Slotervaartziekenhuis
Amsterdam
Drs. H.J. Walters Slotervaartziekenhuis
Amsterdam
Deze brochure werd
uitgegeven in het kader van het VSOP-project ‘Voorlichting over erfelijke en
aangeboren aandoeningen aan migranten’.
Deze uitgave werd mede mogelijk gemaakt door:

Inhoud
Pagina
Inleiding.............................................................................................................................................. 3
1.
Wat
is sikkelcelziekte?............................................................................................................... 4
2.
Hoe
komt u aan sikkelcelziekte?................................................................................................. 4
3.
Hoe
ontstaan de klachten bij sikkelcelziekte?............................................................................... 4
4.
Wat
zijn de klachten en verschijnselen van sikkelcelziekte?........................................................... 5
5.
Hoe
kunnen klachten voorkomen worden?.................................................................................. 6
6.
Hoe
wordt sikkelcelziekte overgeërfd?........................................................................................ 7
7.
Zwangerschap........................................................................................................................... 7
8.
Tandarts................................................................................................................................... 8
9.
Operaties.................................................................................................................................. 8
10.
Wanneer
moet contact worden opgenomen met de dokter?.......................................................... 8
11.
Hoe
wordt sikkelcelziekte behandeld?......................................................................................... 8
12.Hoe ziet de toekomst eruit
voor iemand met sikkelcelziekte?.......................................................... 8
13.
Erfelijkheid................................................................................................................................ 9
14.
Erfelijkheid
en preventie............................................................................................................. 9
15.
Wat
is thalassemie?................................................................................................................... 9
16.
Erfelijkheid
en thalassemie........................................................................................................ 10
17.
Preventie
van thalassemie........................................................................................................ 10
18.
Enkele
behandelende artsen...................................................................................................... 11
19.
Centra
voor erfelijkheidsvoorlichting.......................................................................................... 12
Inleiding
Uit de talrijke vragen die
de VSOP ontvangt, blijkt een toenemende belangstelling naar informatie over
erfelijkheid, aangeboren aandoeningen, vroegtijdige onderkenning en
preventiemogelijkheden. De ontwikkeling, productie en verspreiding van
betrouwbaar en duidelijk voorlichtingsmateriaal heeft binnen de VSOP dan ook
hoge prioriteit.
De VSOP waardeert het initiatief
van patiëntenorganisatie OSCAR (Organisatie Sikkelcel Anemie Research) om
voorlichtingsmateriaal uit te geven en is verheugd dat zij in samenwerking met
OSCAR in haar uitgebreide reeks publicaties ook een informatiebrochure kan opnemen
over sikkelcelziekte. Bij gebrek aan middelen weliswaar als een sobere
huiseditie in bescheiden oplage, maar toereikend om tegemoet te komen aan de
vele aanvragen die nu reeds bekend zijn.
Naast sikkelcelziekte is er
nog een veel voorkomende erfelijke bloedarmoede. Deze ziekte heet
'thalassemie' of 'Cooley's anemie'. Het erfelijkheidspatroon en sommige
verschijnselen van deze ziekte lijken op sikkelcelziekte. Bij beide ziektes is
familieonderzoek zinvol en kan onderzoek tijdens de zwangerschap worden
verricht. Omdat voor de ziekte thalassemie in Nederland nog geen patiëntenvereniging
bestaat, lopen de contacten met informatievragenden ook via OSCAR. In dit
boekje zijn enkele hoofdstukken over thalassemie opgenomen.
Met welgemeende dank aan de
deskundige auteurs en overige betrokkenen.
1. Wat is sikkelcelziekte?
Ons bloed bestaat voor een
groot deel uit rode bloedlichaampjes (erytrocyten). Deze rode bloedcellen
zorgen voor het transport van zuurstof door het hele lichaam. Deze zuurstof is
gebonden aan een rode kleurstof: hemoglobine (hemoglobine A).
Bij mensen met
sikkelcelziekte is deze rode kleurstof net iets anders dan bij gezonde
mensen: hemoglobine S. Hierdoor gaan de afwijkende rode cellen van vorm
veranderen, zodra ze een bepaalde hoeveelheid zuurstof hebben afgegeven. Ze
krijgen dan de vorm van een sikkel. In het bloed van mensen met sikkelcelziekte
ziet men dan ook veel sikkelvormige rode cellen: de sikkelcellen.
Vandaar de naam: sikkelcelziekte of sikkelcelanemie (anemie=bloedarmoede).
Alleen door bloedonderzoek
(zogenaamde Hb-electroforese, sikkelceltest, etcetera) kan men erachter komen
of men sikkelcelziekte heeft of drager is.
2. Hoe komt u aan sikkelcelziekte?
Sikkelcelziekte komt vaak
voor in Afrika. Maar ook in Amerika, Azië, Suriname, de Nederlandse Antillen,
Engeland, Nederland en andere delen van Europa is er een groot aantal patiënten
met sikkelcelziekte.
De ziekte wordt van ouder op
kind overgeërfd. Het erfelijk materiaal (het DNA) van de sikkelcelpatiënt is net
iets anders dan dat van gezonde mensen.
Men wordt alleen ziek als
men het erfelijke materiaal van beide ouders ontvangt. Sikkelcelziekte is dus
een erfelijke (aangeboren) ziekte.
Het is niet besmettelijk
en u kunt het dan ook niet krijgen via het bloed van sikkelcelpatiënten
(bijvoorbeeld door bloedtransfusies).
3. Hoe ontstaan klachten bij sikkelcelziekte?
Doordat de rode bloedcellen anders
zijn, ontstaan er een aantal problemen.
a De sikkelcellen worden sneller door het lichaam afgebroken
Dan blijven er minder rode cellen over en ontstaat er tekort aan
de rode bloedcellen: bloedarmoede.
De klachten van bloedarmoede zijn: sneller moe, lusteloos, geen
puf en oorsuizen.
Door de versnelde bloedafbraak komt ook een gele kleurstof vrij
(bilirubine), wat een gele verkleuring van huid en ogen geeft. Dit wordt geelzucht
genoemd.
Patiënten met sikkelcelziekte zijn vatbaarder voor infecties.
Bij infecties is deze bloedafbraak extra versneld, waardoor een aantal
bijkomende verschijnselen ontstaat: plotselinge toename van bleekheid en
geelzucht, donkere (op cola lijkende) urine, hartkloppingen en kortademigheid.
Deze toestand wordt een anemische (bloedarmoede) crisis genoemd.
b Een rode bloedcel kan gaan sikkelen
Dit gebeurt als er:
1 te weinig zuurstof
door de cel kan worden opgenomen: zijn voorraadje is dan kleiner en is dus
eerder opgebruikt. Dit is bijvoorbeeld het geval op grote hoogte in de bergen
of tijdens vliegreizen.
2 veel zuurstof in het lichaam nodig is, bijvoorbeeld bij grote inspanning (top-/duursport), infecties, oververmoeidheid en tekort aan slaap.
Gesikkelde cellen haken als
het ware in elkaar en er ontstaat dan een propje met gesikkelde rode cellen.
Deze propjes kunnen moeilijk
door heel kleine bloedvaatjes met als gevolg verstoppingen van die vaatjes.
Verschillende organen kunnen dan minder bloed krijgen. Deze toestand wordt een vaso-occlusieve
crisis genoemd.
De klachten zijn afhankelijk
van de plaats in het lichaam waar de vaatjes verstopt zijn:
-
de botten
Hevige pijn in botten van armen en benen of in de rug. Deze
pijn ontstaat plotseling en kan enkele dagen duren. De pijn kan op één plaats
blijven of verspringen naar een andere plaats (bijvoorbeeld van knie naar
elleboog). Ook kan er een rode zwelling optreden. Dit wordt een pijnlijke
crisis genoemd.
-
de longen
Plotseling optredende kortademigheid en benauwdheid met pijn
bij de ademhaling kunnen wijzen op een verstopping van de vaten in de longen:
een longinfarct.
-
de darmen
Plotseling optredende en aanhoudende hevige pijn in de buik kan wijzen op een darminfarct.
-
de hersenen
Als de hersenen niet meer goed doorbloed worden, kunnen de volgende verschijnselen ontstaan: plotseling niet meer goed kunnen praten, stuipen, verminderde kracht en/of gevoel in vooral armen en/of benen.
Langzamerhand kunnen ook andere klachten van een verminderde hersenfunctie ontstaan: minder goed denken, concentratiestoornissen of een verminderd geheugen.
-
de nieren
Doordat in de nier ook heel kleine vaatjes lopen, kunnen hier ook propjes gesikkelde cellen vastlopen. Hierdoor ontstaan problemen met de nierfunctie: veel plassen, bloed in de urine.
-
de penis
Soms kan
een propje van gesikkelde cellen de afvoerende vaten van de penis blokkeren
waardoor een langdurige pijnlijke erectie ontstaat.
-
de ogen
Het verstoppen van een vaatje in het oog kan gepaard gaan met plotseling slechter zien.
4. Wat zijn de klachten en verschijnselen van sikkelcelziekte?
De meeste mensen met
sikkelcelziekte hebben niet het hele jaar door klachten. De periode zonder
klachten wordt steady state genoemd. Soms zijn er perioden dat ze
ernstige klachten hebben: de crisis. Dit kan dan komen door de
sikkelcelziekte, maar sommige klachten kunnen natuurlijk ook gewoon door een
griepje worden veroorzaakt.
Hiernaast staat een aantal
klachten en verschijnselen die in verband worden gebracht met sikkelcelziekte.
Met name voor de tweede
groep klachten (de ernstige klachten) geldt dat het verstandig is contact op te
nemen met de arts.Soms voelen patiënten een crisis aankomen. Het is belangrijk
dan niet lang te wachten, maar contact op te nemen met de behandelend arts of
eerste hulp van het (eigen) ziekenhuis.
Minder ernstige klachten
-
sneller
moe, geen puf, lusteloos
-
lichtgele
verkleuring van de ogen
-
veel
plassen
-
minder
snel groeien bij kinderen (ten gevolge van de bloedarmoede)
Ernstige
klachten
-
koorts
(temperatuur van meer dan 38oC)
-
hoofdpijn,
minder kracht en gevoel in armen of benen
-
pijnlijke
crises
-
plotselinge
toename van bleekheid of geelzucht (bloedarmoede crisis)
-
gezwollen
handen en voeten (hand/voetsyndroom)
-
plotseling
slechter zien
-
plotselinge
benauwdheid of kortademigheid
-
plotselinge
pijn in de rechter bovenbuik waarbij men niet stil kan liggen of zitten. Dit
kan wijzen op de aanwezigheid van
galstenen
-
pijnlijke
erectie van de penis
-
plassen
van bloed
-
zweren
aan benen
BIJ DEZE ERNSTIGE
KLACHTEN MOET ALTIJD CONTACT OPGENOMEN WORDEN MET DE BEHANDELEND ARTS OF
EERSTE HULP VAN HET (EIGEN) ZIEKENHUIS!
5. Hoe kunnen klachten voorkomen
worden?
Het is mogelijk om de
ziekteverschijnselen van sikkelcelziekte te voorkomen door zich zo goed
mogelijk aan een aantal leefregels te houden:
-
gezond
leven
o
een
goed gevarieerd dieet
o
voldoende
rust
o
voldoende,
maar niet overmatige, lichaamsbeweging (dus geen duursporten of
topsport)
-
vermijd stress
o
slaap
voldoende, probeer spanningen te vermijden, raak niet oververmoeid
-
voorkom
infecties
o
goede
hygiëne (voldoende vaak douchen of wassen, goed tanden poetsen en vaak kleding en handdoeken verschonen)
o
bij
koorts snel de dokter bellen
o
bij
jonge kinderen: antibiotica (Broxil®) ter voorkoming van infecties
o
inentingen,
naast de 'normale' vaccinatie zoals BMR, DKTP is ook vaccinatie met Pneumovax
en H.Influenzae B noodzakelijk
o
Vooral
bij toegenomen vochtverlies (bij koorts, braken, diarree) is het van groot
belang goed te drinken.
-
vermijd
uitdroging, dus:
o
vooral
bij toegenomen vochtverlies (bij hitte, koorts, braken, diaree) is het van
groot belang goed te drinken.
-
vermijd
afkoeling, dus:
o
In
de winter warm kleden, vermijd zwemmen in koud water
o
Na
zwemmen warm douchen en snel afdrogen
6. Hoe wordt sikkelcelziekte overgeërfd?
Zoals gezegd: u krijgt
alleen sikkelcelziekte als u het van beide ouders hebt geërfd. Er zijn met
betrekking tot sikkelcelziekte drie groepen mensen:
- gezonde mensen (die hebben alleen normaal hemoglobine in
de rode cellen: AA)
- gezonde mensen die drager zijn van de erfelijke informatie
voor sikkelcelziekte (zij hebben een deel normaal en een deel sikkelhemoglobine:
AS)
- patiënten die sikkelcelziekte hebben (zij hebben alleen
sikkelhemoglobine: SS).
Dragers hebben, omdat zij
voor de helft de normale rode kleurstof bezitten (hemoglobine A), bijna geen
klachten. Alleen onder extreme omstandigheden, zoals het lopen van een marathon
op grote hoogte of zuurstofgebrek bij narcose, kunnen problemen ontstaan. We
noemen het dragerschap dus sikkelcel-trait.
Alleen door middel van
bloedonderzoek weet u of u drager bent.
Voor de meeste patiënten met
de sikkelcelziekte (SS) zijn beide ouders dragers (AS) (zie voorbeeld 2 op de
volgende pagina).
Nu volgt een aantal
voorbeelden die duidelijk maken hoe sikkelcelziekte overerft.
Voorbeeld 1
De ene ouder (bijvoorbeeld
vader) is drager (AS) en de andere ouder (moeder) is gezond (AA). Dan is de
kans op het krijgen van een kind dat drager is 50%. De andere 50% is gezond. Er
zijn geen kinderen met sikkelcelziekte te verwachten.
Voorbeeld 2
De ene ouder (bijvoorbeeld
moeder) is drager (AS) en de andere ouder (vader) is ook drager (AS). Dan is de
kans op het krijgen van een kind dat drager is 50%. De kans op het krijgen van
een kind met sikkelcelziekte is 25%. De kans op het krijgen van een gezond kind
is even groot: ook 25%.
Voorbeeld 3
De ene ouder (bijvoorbeeld
moeder) is patiënt (SS) en de andere ouder (vader) is drager (AS). Dan is de
kans op het krijgen van een gezond kind dat drager is 50%. De kans op het
krijgen van een kind met sikkelcelziekte is ook 50%.
Naast AS en SS zijn er nog
andere hemoglobine-varianten die aangeduid worden met de letter C in plaats van
S. Bijvoorbeeld combinaties als AC en SC. Het overervingpatroon van dit type
sikkelcelziekte is hetzelfde, maar de verschijnselen zijn minder ernstig.
7. Zwangerschap
Bij vrouwen met
sikkcelziekte gaat de zwangerschap vaak gepaard met problemen. De bloedarmoede
neemt in hevigheid toe en ook de crises nemen toe in aantal en in ernst. Daarom
is het nodig dat een arts de aanstaande moeder tijdens de zwangerschap zeer
uitvoerig begeleidt. Meestal wordt in het laatste deel van de zwangerschap een
aantal bloedtransfusies gegeven. Ondanks deze voorzorgsmaatregelen is het
gevaar op een miskraam groot. De bevalling moet met de uiterste zorg in het
ziekenhuis plaatsvinden.
8. Tandarts
Het is belangrijk om de
tandarts te informeren als er spake is van sikkelcelziekte. Er dient namelijk
extra goed naar het gebit te worden gekeken, omdat door infecties aan de tanden
of kiezen een crisis kan ontstaan. Een goede mondhygiëne is dus belangrijk.
Er zijn geen speciale
maatregelen nodig bij tandheelkundige ingrepen (zoals het trekken van tanden
of kiezen).
9. Operaties
Tijdens een operatie gaan de
rode cellen sneller sikkelen. Daarom is het noodzakelijk dat een sikkelcelpatiënt
die een operatie zal ondergaan, van tevoren een aantal bloedtransfusies krijgt
om zo het sikkelen en de daarmee gepaard gaande klachten te voorkomen.
10. Wanneer moet contact worden opgenomen met de dokter?
Het is verstandig om een dokter
te zoeken die verstand heeft van sikkelcelziekte: een hematoloog of kinderarts.
Het is raadzaam dat sikkelcelpatiënten één à twee maal per jaar op de
polikliniek worden onderzocht door middel van een lichamelijk onderzoek en
bloedonderzoek, omdat hierdoor eventuele gevolgen van de sikkelcelziekte
(bijvoorbeeld bloedarmoede) eerder kunnen worden ontdekt. Tevens kunnen tijdens
zo'n bezoek vragen worden beantwoord en adviezen worden gegeven.
Er moet direct contact
opgenomen worden met de behandelend arts, indien er één van de klachten is
uit de groep met 'ernstige klachten' (zie hiervoor).
Vragen over sikkelcelziekte
kunnen natuurlijk ook aan de arts worden gesteld.
11. Hoe wordt sikkelcelziekte behandeld?
De oorzaak van
sikkelcelziekte (verandering in het erfelijk materiaal) is niet te behandelen.
Wel kunnen we de klachten zoveel mogelijk de baas blijven en helpen verschijnselen
te voorkomen. Dit wordt in de meeste ziekenhuizen gedaan met een aantal
verschillende methoden:
1 Antibiotica om
infecties te voorkomen of te bestrijden
2 Pijnstilling bij
pijn in botten of buik
3 Foliumzuur dit
zorgt voor een goede bloedaanmaak
4 Bloedtransfusies
bij ernstige bloedarmoede of pijnlijke crises en bij operaties
5 Opname in ziekenhuis bij
heel ernstige klachten zoals zeer hevige pijnlijke crisis of bloedarmoede
12. Hoe ziet de toekomst
eruit voor iemand met sikkelcelziekte?
Patiënten met
sikkelcelziekte kunnen met een zorgvuldige begeleiding en een goede manier van
leven een redelijk normaal levenspatroon en beroepscarrière ontwikkelen.
De patiënten zullen voor het
overgrote deel van hun leven niet anders functioneren dan anderen met betrekking
tot sociaal, maatschappelijk en economisch niveau.
Wel moeten de patiënten
rekening houden met hun ziekte en zorgen dat mensen in hun omgeving deze ziekte
kennen, zodat ze ook eventuele problemen zullen begrijpen en kunnen bespreken.
In de Verenigde Staten,
Groot-Brittannië en Nederland houden veel onderzoekers en artsen zich bezig met
sikkelcelziekte.
Zo wordt geprobeerd om:
- het zieke erfelijke
materiaal (het DNA) te corrigeren /repareren
- nieuwe behandelingen te
testen
- goede en voldoende informatie te
verstrekken aan patiënten, artsen, verpleegkundigen en anderen die te maken hebben met sikkelcelziekte
13. Erfelijkheid
Alle erfelijke eigenschappen
van ieder mens zijn vastgelegd in genen (DNA); bijvoorbeeld de haarkleur,
de bloedgroep, de huidskleur, de oogkleur, etcetera.
Van bijna alle genen heeft
men 2 exemplaren: één gekregen van de vader en één gekregen van de moeder. De
genen zijn dus in tweevoud aanwezig. Op zijn beurt zal ieder mens de
helft van zijn genen overdragen aan elk van zijn of haar kinderen. Van elk paar
dus één. Wèlke men doorgeeft is voor ieder kind weer anders; daarom lijken
ouders op hun kinderen en de kinderen onderling op elkaar, maar zijn ze ook
verschillend.
Ieder mens draagt ook enkele
genen met ongunstige eigenschappen. Soms leidt dit tot een (ernstige) erfelijke
ziekte, maar meestal zorgt het andere gen van het paar ervoor dat zo
iemand er bijna niets van merkt. Dit heet dragerschap, en bij bloedziektes
als sikkelcelziekte en thalassemie wordt dit dragerschap 'trait'
genoemd.
Kan dragerschap tot
bloedarmoede leiden? Soms kan een drager lichte bloedarmoede hebben doch
meestal heeft hij of zij geen ziekteverschijnselen. Dragerschap kan niet
veranderen in de loop der tijd tot de echte thalassemie of sikkelcelziekte.
Wie over erfelijkheid en ziekte meer wil weten kan bij het Erfo-centrum van de
VSOP een boekje bestellen. Zie verder
onder ‘adressen’ achterin de brochure.
14. Erfelijkheid en
preventie
Sikkelcelziekte is een
erfelijke ziekte. Als u sikkelcelziekte heef, moeten uw vader en moeder
drager zijn of zelf de ziekte hebben. Als u een kind heeft met sikkelcelziekte,
dan moeten u en uw man of vrouw drager zijn van deze ziekte of zelf de
ziekte hebben. Dit heeft twee belangrijke gevolgen.
a Verhoogde kans op sikkelcelziekte bij elke zwangerschap
Bij een volgende zwangerschap is er een verhoogde
kans dat het kind sikkelcelziekte zal hebben. Als precies bekend is welk soort
dragerschap u en uw partner hebben, kan worden nagegaan hoe ernstig de
sikkelcelziekte bij uw kind kan zijn.
In een
aantal gevallen is bij een (volgende) zwangerschap dan onderzoek mogelijk om
vast te stellen of het kind in de baarmoeder ook sikkelcelziekte heeft. Dit gebeurt
al vroeg in de zwangerschap, als u ongeveer 6 weken over tijd bent.
Als het in uw familie om een ernstige vorm van sikkelcelziekte gaat, kunt u dan eventueel tot een abortus besluiten. U kunt hierover overleggen met uw arts of contact op nemen met een klinisch genetisch centrum in de buurt.
b
Familie-onderzoek
Als u drager bent voor sikkelcelziekte of zelf sikkelcelziekte
heeft, dan betekent dit dat deze erffactor in de familie moet voorkomen. Uw
kinderen, uw ouders, uw broers en zusters, uw neven en nichten en uw ooms en
tantes kunnen allemaal drager zijn.
Het is voor hen belangrijk om, al voor zij kinderen krijgen,
zich te laten onderzoeken op dragerschap. Er kan voor hun (toekomstige)
kinderen namelijk ook een verhoogde kans zijn op sikkelcelziekte en eventueel
kunnen zij gebruik maken van onderzoek vroeg tijdens de zwangerschap.
15 . Wat is thalassemie?
Thalassemie ziekte
(thalassemie major of Cooley's anemie) is de naam voor de ernstige bloedarmoede
die kan ontstaan bij kinderen van gezonde ouders die beiden drager zijn van
thalassemie. Terwijl bij sikkelcelziekte sprake was van een iets veranderde
hemoglobine, is er bij thalassemie onvoldoende aanmaak van een
bestanddeel hemoglobine. Ongeveer 6 maanden na de geboorte zal een baby met
Cooley's anemie onvoldoende hemoglobine maken en gaan lijden aan ernstige
bloedarmoede.
Behandeling
Regelmatige bloedtransfusies en toediening van
medicijnen om het teveel aan ijzer dat door de vele transfusies ontstaat
te verwijderen is de enige mogelijke behandeling. Indien een geschikte donor
beschikbaar is, wordt tegenwoordig ook beenmerg-transplantatie toegepast.
Het succes van deze behandeling is in grote mate onzeker.
De transfusies en
anti-ijzerstapeling behandeling dienen onder nauwe medische controle plaats te
vinden om het gunstigste hemoglobine- en ijzerpeil constant te houden en om
de bijverschijnselen en complicaties op te vangen. Bijverschijnselen kunnen
zijn: vergroting van milt en lever, botafwijkingen, groeiachterstand,
verstoring van de puberteitsontwikkeling en de seksuele functies, schildklierafwijkingen,
suikerziekte, infecties, gebitsverzorgingproblemen.
De behandelend specialist
zal met al deze eventuele bijverschijnselen rekening houden.
Er bestaan nog andere
soorten thalassemie (zoals alfa-thalassemie) maar hierop wordt verder niet
ingegaan.
16. Erfelijkheid en
thalassemie
Thalassemie is ook een
erfelijke vorm van bloedarmoede. De overerving is precies als bij
sikkelcelziekte (zie hoofdstuk 6). Als twee partners beiden drager zijn, kunnen
zij hun ongunstige hemoglobine-eigenschappen aan hun kinderen doorgeven.
Ieder kind van dit paar heeft 25% kans om van beide gezonde ouders de ongunstige
eigenschap te erven in 'dubbel dragerschap'. Dit kind zal ernstig ziek zijn.
Daarnaast is er 50% kans dat
een kind drager is, net als de ouders, en een kans van 25% om de ongunstige
eigenschap niet te erven. Deze kinderen zullen gezond zijn.
In principe kan iedereen in
Nederland drager zijn van thalassemie of sikkelcelziekte, maar bij
noordeuropeanen komt dit zelden voor. Vaker komen deze eigenschappen voor bij
personen afkomstig uit Zuid-Europa en uit de landen rond de Middellandse Zee
zoals Griekenland, Italië, Turkije, het Midden-Oosten en Noord-Afrika
(Marokko, Tunesië, Egypte, etcetera). Ook bij personen afkomstig uit Centraal
Afrika, Suriname en uit Azië (Indonesië, China, Thailand, etc.) worden deze
eigenschappen vaak aangetroffen.
17. Preventie van
thalassemie
Het is belangrijk voor
iedereen, maar vooral voor jonge mensen die een gezin willen stichten, om te
weten of zij drager zijn van thalassemie (of van de sikkelcelziekte). Als uit
het bloedonderzoek blijkt, dat iemand deze eigenschap draagt, dan is het van
groot belang, al voor zij of hij kinderen krijgt, om te onderzoeken of de
partner ook drager is. Want als beiden drager zijn, is er een kans van 25% op
ernstige thalassemieziekte voor hun kinderen.
Als bij iemand dragerschap
is vastgesteld, is familie-onderzoek zeker zinvol, omdat broers, zusters, neven
en nichten ook drager kunnen zijn met een eventueel risico voor hun kinderen.
Onderzoek tijdens de
zwangerschap
Net zoals bij
sikkelcelziekte is ook bij thalassemie onderzoek tijdens de zwangerschap
mogelijk. Ouders die beiden drager zijn, kunnen desgewenst met behulp van dit
onderzoek te weten komen of het kind de ziekte zal hebben. Dit onderzoek vindt
plaats via een klinisch genetisch centrum, na uitgebreide voorlichting aan de
ouders.
Het onderzoek tijdens de
zwangerschap gebeurt door middel van de ‘vlokkentest’ als de betrokkene 6 weken
over tijd is. Als het in de familie om een ernstige vorm van thalassemie gaat,
kan bij een ongunstige uitslag, op verzoek van de ouders, de zwangerschap
worden afgebroken (abortus).
18. Enkele behandelende artsen
Amsterdam Academisch Medisch Centrum (AMC)
Emma Kinderziekenhuis/afd. H8
Meibergdreef 9, telefoon 020 - 5669111
Mevrouw Dr. M. Peters
Dr. H. Heyboer
Onze Lieve Vrouwe Gasthuis
1e Oosterparkstraat 279
telefoon 020 - 5999111
Polikliniek hematologie
Dr. K.J. Roozendaal, hemataloog/oncoloog
Slotervaart Ziekenhuis, Louwesweg 6
telefoon 020 - 5129333
Polikliniek interne
Spreekuur sikkelcelpatiënten: dinsdag- en
donderdagmiddag
Dr. H. ten Cate
Den Haag Leijenburg Ziekenhuis, Leyweg 275
telefoon 070 - 3592000
afdeling hematologie
Dr. P.W. Wijermans
Leiden Academische Ziekenhuis Leiden
Rijnsburgerweg 10, telefoon 071 - 5262267
Prof.dr. A. Brand - transfusie therapie
Rotterdam Sophia Kinderziekenhuis
Dr. Molenwaterplein 60
telefoon 010 - 4636363
Afdeling Oncologie/hematologie
Dr. I.M.
Appel
Utrecht AZU/Wilhelmina Kinderziekenhuis
Nieuwegracht 137
telefoon 030 - 2504000
Afdeling hematologie
Mevrouw dr. H.M. van der Berg
Behandeling van sikkelcelziekte en thalassemie major wordt in de meeste afdelingen hematologie en kinderhematologie van academische centra en grote ziekenhuizen verricht.
Het Hemoglobinopathieën Laboratorium van het Centrum voor Humane en Klinische Genetica van het LUMC is het referentie laboratorium voor postnatale diagnostiek en bepaling van erfelijkheidsrisico’s (Dr. P.C. Giordano). Prenatale diagnostiek wordt in het DNA laboratorium van hetzelfde centrum verricht (Prof. E. Bakker).
Hemoglobinopathieën
Laboratorium
Wassenaarseweg 72, 2333 AL
Leiden
Telefoon
071 - 5276000
19. Centra voor
erfelijkheidsvoorlichting
Amsterdam 020-5665110/5665281 (AMC)
Amsterdam 020-4440150 (VU)
Groningen 050-3632929/3632942
Leiden 071-5268033
Maastricht 043-3875855
Nijmegen 024-3613946
Rotterdam 010-4636915
Utrecht 030-2503800
Veldhoven 040-2588300
20. Adressen
![]()
Erfo-centrum
Vredehofstraat 31
3761 HA Soestdijk
Telefoon 035 - 6027173
ERFO-lijn 0900-6655566 (op
werkdagen van 09.00 – 22.00 uur)
Email: erfocentrum@erfocentrum.nl

OSCAR, patiëntenvereniging
voor sikkelcel anemie en thalassemie
Mevrouw S.C. Beacher
F. Bolstraat 267
1072 LH Amsterdam
Telefoon 020 – 6797887 (van
20.00 – 22.00 uur)
Email: oscarsikkelcel@hotmail.com

VSOP, Vereniging van Samenwerkende Ouder- en Patiëntenorganisaties, betrokken bij erfelijke en/of aangeboren afwijkingen
Vredehofstraat 31
3761 HA Soestdijk
Telefoon 035 - 6034040
Email:
vsop@vsop.nl
Dit
boekje is in verschillende talen bij het Erfocentrum verkrijgbaar (o.a.
Arabisch, Engels, Turks).
Er
zijn ook publieksfolders over sikkelcelanemie en thalassemie in verschillende
talen (o.a. ook Farsi en Italiaans).
Voor
beroepsgroepen is er eveneens meer informatie.
Voor een materialenoverzicht/bestelformulier bel de erfolijn, mail het erfocentrum of kijk op www.erfocentrum.nl.